ZilverWerkers van het 1e uur · aflevering 2
Twee dagen per week. Zes uur per dag. En een vraag die Ton (67) zichzelf vaak stelt: “Als het niet zou hoeven, wat zou ik dan doen?” Ton is elektricien en werkt via ZilverWerkt aan de elektra van het Rijksmuseum. Hij begon bijna tien jaar geleden, nog toen we KlusHeeren heetten, en het bevalt hem nog steeds zeer. Een gesprek over doorwerken als vakman, over waarom veertig uur per week niet hoeft en over werk dat niet mag rommelen.
Doorwerken als elektricien: werk dat nooit af is
Onder het Rijksmuseum ligt meer techniek dan je boven de grond ooit zult zien. Na de grote verbouwing kwamen er enorme installaties bij, onder andere voor de warmtepompen. Veel onderhoud daaraan wordt uitbesteed. Ton pakt de elektra van het hele gebouw.
Op dit moment betekent dat: werken (vervangingen en uitbreidingen) aan de vaste installatie, zoals het weghalen van de schakelaars bij de deuren. Door het hele gebouw loopt een ringleiding onder de grond, en er is nog genoeg aan te passen. Werk tekort? Ho maar. “Als je achteraan klaar bent, kun je vooraan weer beginnen.”
Twee dagen per week, geen uur meer
Veertig uur per week? Ton hoeft er niet aan te denken. “Als ik dit veertig uur per week zou moeten doen, zou ik dat ook niet willen.” Twee dagen van zes uur is precies goed. Eerlijk is eerlijk: het extra inkomen komt hem goed van pas, en een eigen pensioen heeft hij niet. Maar alleen voor het geld doet hij het niet.
Het mag niet rommelen
Ton zoekt zijn werk deels zelf op. Ziet hij iets geks, of iets wat beter vervangen kan worden? Dan kaart hij het aan. “Meestal komt daar dan wel iets uit.” Daarnaast krijgt hij opdrachten vanuit het team zelf. Eén ding staat vast:
"Het moet wel goed zijn. Het mag niet rommelen.”
“Het moet wel kwaliteit hebben.” Kwaliteit is voor hem de maatstaf.
Waarom het museum een ervaren elektricien zocht
Bij het museum werken vier storingsmonteurs. Zij komen niet toe aan werken (vervangingen en uitbreidingen) aan de vaste installatie en alles wat daarbij hoort. Daar komt Ton om de hoek. Het afdelingshoofd vertelde hem destijds dat ze het via ZilverWerkt hadden geprobeerd, omdat ze anders geen mensen kregen. De wil was er wel, maar het aanbod ontbrak.
Het museum staat daar niet alleen in. Volgens de TechBarometer 2025 van ROVC meldde 67 procent van de technische bedrijven een tekort aan technisch personeel. Monteurs en installateurs zijn het lastigst te vinden (48 procent). Eind 2024 stonden 75.600 technische plekken open, tegen 29.200 begin 2016. Een ervaren elektricien voor twee dagen per week is dan een mooie aanvulling.
Ook het team telt. “Een leuk team.” Iedereen heeft zijn eigen vakgebied, maar je kunt goed met elkaar praten, en dat vindt Ton minstens zo belangrijk als het werk zelf.
Ton aan het werk op de ladder: in de technische ruimtes onder het Rijksmuseum is altijd wat te doen aan de elektra.
Hoe het begon: van KlusHeeren tot ZilverWerkt
Ton leerde ons bijna tien jaar geleden kennen, toen we nog KlusHeeren heetten. Hij had al een eigen klantenkring als zzp’er, maar acquisitie kost veel tijd. Dat namen wij uit zijn handen: de opdrachten kwamen naar hem toe. In het begin ging het om losse opdrachten, ‘uurtje, factuurtje’, zoals hij het noemt. Inmiddels is dat een stuk eenvoudiger, ook het factureren. Ton was er tussendoor een tijdje uit en kwam weer terug.
Wat hem opviel, was de hartelijkheid. “Kom er maar bij, dan gaan we er iets moois van maken.” Bij andere online bemiddelaars vond hij het onpersoonlijk: alles via de mail, niemand om even te spreken. Bij ZilverWerkt had hij een vast aanspreekpunt. Zijn indruk is bovendien dat er bij ons een soort filter zit op opdrachtgevers: de samenwerking is prettiger dan hij elders gewend was.
Ton bij zijn start bij KlusHeeren, bijna tien jaar geleden.
Wat zegt Ton tegen iemand die twijfelt?
Ton antwoordt met een tegenvraag, die hij zichzelf vaak stelt: “Als het niet zou hoeven, wat zou ik dan doen?” Wie alleen maar wil uitrusten, kun je volgens hem niet overtuigen. Dat is prima. “Dan moet je in Spanje gaan zitten of zo.” Zelf bevalt het hem zeer.
Groeien in je vak, ook na al die jaren
Na bijna tien jaar is Ton veel meer in het vak gegroeid, zegt hij. Je loopt tegen de praktijk aan, en ook het omgaan met mensen leer je daardoor beter. Vakmanschap en samenwerken: op beide vlakken is hij gegroeid.
Doorwerken: een groeiende groep
Ton (67) is geen uitzondering. In het tweede kwartaal van 2026 had 9,5 procent van de AOW’ers betaald werk, bijna één op de tien. In 2014 was dat nog 7,2 procent (bron: CBS).
Wat wij van Ton meenemen
• Vakmanschap is gewild. Waar werk blijft liggen omdat er geen aanbod is, vullen ervaren vakmensen precies dat gat.
• Doorwerken hoeft niet fulltime. Twee dagen van zes uur is genoeg om het verschil te maken, en laat tijd over voor de rest van je leven.
• Werk is meer dan inkomen. Een extra inkomen, een leuk team en werk dat er toe doet gaan prima samen.
• Persoonlijk contact telt. Een vast aanspreekpunt en korte lijntjes maken het verschil tussen een klus en een samenwerking.
Over deze rubriek
In ZilverWerkers van het 1e uur zetten we de mensen in het zonnetje die er al (bijna) vanaf het begin bij zijn. Mensen die ZilverWerkt hebben zien groeien, van KlusHeeren tot nu, en die laten zien hoe doorwerken eruit kan zien. Na Ron (aflevering 1) is Ton aan de beurt. Dank je wel, Ton, voor je openhartige verhaal.
Zoek je ook een doorwerker die zelfstandig oppakt en de juiste keuzes maakt?
Wij koppelen doorwerkers aan organisaties die weten wat ervaring waard is.
Plan een kennismakingWil je zelf doorwerken?
Op een manier die past in jouw leven, in je eigen tempo en met werk dat bij je past.
Schrijf je in als ZilverWerker